Statia

Statia – 22

Een dénderend succes, alles verkocht. Nee, grapje. Het regende als een oordeel en het water viel met bákken uit de hemel. Het was alsof God zijn vuisten balde en bulderde: “jij scharminkelige mier, verlaat dit eiland!” Dat doen we, vanavond met het vliegtuig naar St.Maarten. Al met al heb ik 100 tekeningen gemaakt voor een scheurkalender voor volgend jaar. Nog slechts 265 te gaan, maar die maak ik in Nederland.

Statia – 21

De ijzerzaag ligt in de bestelbak tussen de vorken en de messen. Omdat we met twee zijn en drie honden moet het plofkipbot doormidden gezaagd na het eten.
Alsof het chips is, zo gauw is het weg. Voor de Yard Sale kwam gisteren de postbode langs (práchtige lange oudere man). Hij nam het gasfornuis, drie roestige lijmklemmen, de rieten hoed van mn moeder en een zak met schroeven mee. We kochten er een plofkip, fles wijn en een pilsje van. Vandaag (met dikke donkere regenwolken boven de vulkaan) weer een kans op verkoop.

Statia – 20

Ik heb er door de jaren heen wel tachtig gemaakt, tekeningen van het houten huisje. Weer de honden, weer dezelfde stoelen en weer open luiken. Het verandert niet veel; soms is de vloer met nieuwe marmer, soms is er een andere stoel bij. Het blijft fascinerend om de tekeningen te maken. En het is opschieten geblazen want dit weekend wordt vast alles verkocht in de Yard Sale en dan is niks meer hetzelfde.

Statia – 19

We houden een yard sale. Alles wat we de afgelopen 20 jaar verzameld hebben om twee huizen te vullen gaat eraan. Het stenen huis is vorig jaar (niet af)verkocht en het houten huis is te klein voor zoveel spullen. Wég ermee! Schilderijlijsten, dakplaten schoppen, elektriciteit snoeren, spijkers en schroeven, de hele voortuin staat er vol mee. Er komen grote mannen in overall langsgesjokt met hun dreadlocks in een zak of juist keurig gecoiffeerd. Mijn Chinese familie komt op bezoek. Mister Beeman, de imker, neemt een kijkje. Een politieman met een zajchte G koop twee bezems. Dan gaat het regenen. Hard. Als een verzopen kat zit ik met de buurhonden binnen. Yard sale moet je doen als de zon schijnt. Ik maak wel mooie tekeningen van de honden.

Statia – 17

Of ik over tien minuten wil komen tekenles geven. Acht kinderen zitten klaar, rommelig en gezellig, in de tuin onder een afdak. Ik ben streng, er mag niet gegumd, en op één velletje moeten er drie probeersels staan. Niks hoeft perfect, gewoon door de tekeningen heen tekenen. Twee Chinese jongetjes tekenen de IJffel toren want die staat op het pakje van de potloden. De meisjes klungelen wat aan met de figuurtjes die ze moeten tekenen. Een dik meisje, wat ouder, doet het geweldig en verveelt zich duidelijk. Ik geef haar een zware opdracht. Dan gaan we naar deel 2: computertekenen! Meteen molt het jochie mijn pennetje maar geeft niet. Iedereen krijgt een cupcake en een plastic ketting met hartjes want het is Valentines dag. Een geweldige middag.

Statia – 16

De weg naar het huisje is een ware dodenakker bezaait met veren, afgekloven botten en stukken harige huid. Soms probeer ik de veren een beetje weg te harken. Er lag al eerder een halve hondenkop en dagelijks pakken de honden een duifje, kippen, een geitje of een haan. De haan was nog warm en helemaal in orde en ik probeerde het beest te reanimeren. Niet gelukt. De honden eten de kadavers helemaal op, ze kraken de botten of het chips is. Vandaag is het een stevig bokje, al voor de helft weg gehapt. Zijn dijtjes liggen opengesperd en met een beetje hondenblik weet je: dat is een lekkernij. Vooral ook omdat het al een beetje begint te stinken. Hmmm lekker.

Statia – 15

Ik zit bij de Chinese supermarkt op een plastic kinderkruk tussen de balen hondenvoer en de zakken waspoeder. De baas van de supermarkt komt op z’n scooter naar de zaak om van mij Nederlands te leren. Hij haalt zijn lesboek tevoorschijn. We praten over mìj́n Chinese uitspraak. Op de een of andere manier lukt het maar weinig Chinezen om langzaam te praten. Ik raak meteen de kluts kwijt. Ik heb mijn eigen leerboek ook meegenomen en ik lees vader en moeder en de kindertjes steeds luider, hortend en stotend, mijn tekst voor. De Nederlandse les wordt helemaal vergeten. Iedereen lacht om mijn uitspraak. Eenmaal thuis moet ik enorm ontladen, kweenie waarom. Wordt het ooit nog wat met mij en die taal?

Statia – 14

Elke dag onder de douche: doodgewoon. Maar er zijn wel eens keren geweest hier dat ik 6 weken lang geen douche zag. Dan was er geen water of de douche wou niet doorlopen, of het vergiet was weg. Helemaal niet erg, niemand rook wat en m’n haar werd touw van het zout. Vandaag de dag heerst er luxe in huisje Statia. De slang moet dichtgeknepen met een klem anders spuit er te veel water dankzij een pompje. De elektrische douchekop erop en: douchen of elektrocutie, kan allebei. Schoon wordt je in beide gevallen.

Statia – 13

Natuurlijk ben ook ik bezig met wat er in China gebeurt. China was altijd de grootste economische macht ter wereld tot de industrialisering. Engeland nam het stokje over. Nu wordt er weer een spaak gestoken in het wiel van macht van China. Ik maak me bezorgd over vrienden en bekenden, die in hun huizen opgesloten zitten en dan ook nog een aardbeving krijgen. Dit vertelde de Chinese winkeljuffrouw me in goed Engels. Iedereen is bang. Drieduizendmiljard dollar staat er op de Chinese bank, daar kan je de Corona niet mee wegkopen.

Statia – 12

Onder de boom in de tuin van het museum bezoek ik vriendin Misha. Zij geeft er de kinderen geschiedenisles. De kinderen moeten vragen beantwoorden: noem gewassen die hier vroeger verbouwd werden voor verscheping? Hoeveel plantages waren er? (70) De kinderen zwaaien met hun potlood en papier. Misha vertelt over wie is net komen binnenwandelen (ik) en het blijkt dat ze filmpjes heeft getoond van mijn zang en de kartonnen theatertjes. De kinderen kennen me allemaal. Voor ik het weet laat ik ze zien hoe ze een hondje kunnen tekenen, een kat en een vogel. En een mens zodat je er kleren over heen kunt tekenen. Dan kan je modeontwerper worden. Dat had ik ik eigenlijk ook wel willen worden.